‘Veel Belgische moslims hebben te weinig ambitie’

‘Ik denk dat we op een scharniermoment zijn gekomen. Ofwel draaien we elkaar de rug toe, ofwel geven we elkaar het voordeel van de twijfel.’ Een gesprek met ex-imam Sulayman Van Ael over geweld in de islam, de laksheid onder Vlaamse moslims, en de reden van zijn publieke afscheid. ‘Ik werd al vaker bedreigd, maar nu ben ik echt ongerust.’ DOOR MONTASSER ALDE’EMEH

Toen hij vorige maand via Facebook aankondigde dat hij zijn publieke werkzaamheden zou stoppen, sloeg het nieuws in als een bom: Sulayman Van Ael houdt ermee op als imam, docent en prediker. In een emotioneel bericht gaf hij aan dat hij de bedreigingen aan het adres van zijn familie beu is. Voor veel moslims was Van Ael, de vrijdagsprediker van de Berchemse Mohsinien-moskee, een spiritueel voorbeeld. ‘Ik werd al vaker bedreigd, maar nu ben ik echt ongerust. Ik heb veel steun gekregen, zowel van moslims als van niet-moslims, maar ik wil mijn familie niet in gevaar brengen.’

Het levensverhaal van de man, geboren als Wim Van Ael, is opmerkelijk – zeker voor een moslimgeestelijke. Als kind van twee Vlaamse ouders had hij een doodgewone jeugd. Zijn moeder was een succesvolle zakenvrouw in de Verenigde Arabische Emiraten, zijn vader was directeur bij een containerbedrijf in de Antwerpse haven. Op zijn achttiende was hij een begenadigd beatboxer. Hij had een neuspiercing, stapte weleens een casino binnen, en genoot van het Antwerpse uitgaansleven. Tot hij plots, letterlijk in het midden van de dansvloer, het licht zag. ‘Ik vond geen voldoening meer in mijn leven, besefte ik ineens. Ik ben toen onmiddellijk naar huis gegaan, heb mijn vader wakker gemaakt, en heb hem verteld dat ik moslim wilde worden. (lachend:) Hij dacht eerst dat ik dronken was, maar hij heeft mijn beslissing altijd gerespecteerd.’

Omdat hij zijn luilekkerleven voorgoed wilde afsluiten, trok Van Ael naar de Sudanese hoofdstad Khartoem, ver van de luxe van de Emiraten. Hij leerde er Arabisch, en ging vervolgens naar een school in het midden van de woestijn, waar hij de Koran vanbuiten leerde. Het leven was er hard. ‘Ik was de eerste Europeaan die daar studeerde. Het waren lemen huisjes, zonder elektriciteit. Overal lazen kinderen en volwassenen de Koran. Ik sliep op een betonnen vloer, zonder laken of deken; ’s nachts was het barkoud in de woestijn. Om twee uur ’s nachts moest ik opstaan, studeerde tot zeven uur ’s ochtends, even kort ontbijten en dan weer doorstuderen.’

Vijf maanden later liep het mis: Van Ael kreeg malaria. ‘Ze namen me mee naar een Chinees ziekenhuis, maar de dokters waren er niet: het was een officiële Chinese feestdag. Een tuinier stak dan maar een injectienaald in mijn achterste. Een Sudanese arts die we in het gebouw vonden, schreef me geneesmiddelen voor. Achteraf bleken ze voor zwangere vrouwen te zijn. Uiteindelijk ben ik in het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen terechtgekomen, twintig kilo lichter.’

Maar zijn geloof kalfde niet af. Van Ael blijft erbij dat de islam een positieve bijdrage levert aan de samenleving. ‘Ik geloof dat de islam veel oplossingen biedt voor concrete problemen waarmee we geconfronteerd worden. Want er is iets grondig mis met onze samenleving. Er werden nog nooit zoveel antidepressiva geslikt. Nog nooit zijn er zo veel zelfmoorden, verkrachtingen en prostitutie geweest. Het is gewoon onrustwekkend.’

Hoe komt dat volgens u?

SULAYMAN VAN AEL: We zijn te materialistisch. We denken dat alles goed gaat, zolang we maar veel geld verdienen. Zelfs in tijden van dure auto’s en iPhones hebben jongeren nood aan het spirituele, maar de maatschappij waarin we leven heeft daar bijna geen aandacht voor. Ik denk dat veel jongeren die leegte proberen op te vullen.

En waarom zou net de islam daar zo geschikt voor zijn?

VAN AEL: Het doet me pijn dat zo veel mensen vraagtekens plaatsen bij de figuur van Mohammed en de islam. Ik ben ervan overtuigd dat velen zouden inzien wat voor een intellectuele en ondernemende man hij was, als ze zijn woorden zouden kennen. Hij was een man met een wereldvisie waarin iedereen zijn plaats had. Maar nu baseren mensen hun oordeel op wat extremistische gekken op tv verkondigen.

Is het niet deels de schuld van de moslims dat die boodschap van verdraagzaamheid niet aankomt?

VAN AEL: Oh, daar ben ik 100 procent van overtuigd. Mensen hebben daden nodig, geen woorden. We kunnen als moslims blijven zeggen dat ons geloof de oplossing is, maar zolang we dat niet tastbaar maken, staan we nergens. We moeten meer aandacht hebben voor wat er misloopt in onze gemeenschap. We moeten laten zien dat de islam de hele wereld ten goede komt.

Is de Koran een gewelddadig boek, zoals filosoof Maarten Boudry beweert?

VAN AEL: Dat is een onterechte uitspraak. Je moet de Koran in zijn context lezen. Onder het bewind van Mohammed was er een staatsstructuur, en elke staat voert weleens oorlog. Daarom zeg ik liever dat de profeet oorlog gevoerd heeft, in plaats van geweld pleegde. Maar bij de oorlogen van de profeet werden kinderen en vrouwen gespaard.

De Islamitische Staat gebruikt de Koran vandaag om haar geweld te rechtvaardigen.

VAN AEL: Geweld in naam van religie is van alle tijden. In naam van het christendom heeft de inquisitie ook tienduizenden onschuldigen terechtgesteld. Maar je kunt niet zomaar fragmenten uit de Bijbel en de Koran beginnen te schrappen. Veel oude teksten zijn nog altijd bijzonder waardevol, als je ze maar in de juiste context ziet.

Heeft de moslimwereld niet meer hiërarchie nodig? Een soort paus zou kunnen bewijzen dat IS-strijders niet volgens de islam handelen. Zo’n functie bestaat niet in de islam.

VAN AEL: Niet elke christen volgt de paus. Maar het klopt dat we op Vlaams niveau zeker een soort autoriteit kunnen gebruiken. Het probleem is dat de overheid zelf niet weet wie het aanspreekpunt is. Vandaag is iedereen die over de islam spreekt een potentiële vertegenwoordiger. De joden komen naar buiten met één boodschap, wij moslims komen bij wijze van spreken naar buiten met twaalf verschillende boodschappen.

Vindt u dat de Moslimexecutieve afgeschaft moet worden, zoals politicoloog Bilal Benyaich (VUB) voorstelt?

VAN AEL: Zover zou ik niet gaan, maar het is wel duidelijk dat de Moslimexecutieve hervormd moet worden. Iedereen zoekt nu de veilige zone op. Ze zijn bang dat ze ofwel verketterd worden door de moslims, ofwel als radicaal bestempeld worden door de niet-moslims. Imams moeten zich uitspreken over concrete aangelegenheden, zoals Syrië en Palestina. Zolang de imams geen duidelijke taal spreken, zullen jongeren die grijze zone zelf invullen. Om dezelfde reden krijgen veel ouders van Syriëstrijders geen gehoor.

Vindt u dat elke Syriëstrijder sowieso verkeerd is?

VAN AEL: We mogen niet iedereen die vertrekt over dezelfde kam scheren. Sommige vertrekkers zijn psychopaten die hun kans zien om straffeloos te doden en handen af te hakken. Maar veel van de jongeren die vertrekken zien het leed van de bevolking in Syrië, en denken dat ze kunnen helpen. Elke normale mens voelt toch pijn als hij zulke beelden ziet? Maar jongeren moeten beseffen dat de wereld niet veiliger wordt door oorlog te voeren. Dat lukt wel door op elk niveau te participeren: sociaal, economisch enzovoort. Door bijvoorbeeld mensen te voeden, door armen bij te staan, door op te komen voor de rechten van de vrouw.

Hoe kunnen we die jongeren hier houden?

VAN AEL: Ik denk dat het belangrijk is dat imams duidelijk maken dat zij ook pijn hebben. Dat horen we te weinig. Velen zijn bang om als radicaal beschouwd te worden als ze te veel over Syrië of Palestina praten. Imams moeten jongeren een andere manier aanreiken om met dat verdriet om te gaan of om hun stem te laten horen. Ze zouden bijvoorbeeld samen een benefiet voor de slachtoffers kunnen organiseren, zodat jongeren de mogelijkheid krijgen om hun emoties te kanaliseren.

Syriëstrijders zullen zeggen dat ze vechten om de oorzaken van die pijn aan te pakken.

VAN AEL: De catastrofe is te groot om ze ter plaatse aan te pakken. Er zijn te veel lokale conflicten die wij niet kennen. Veel Syriërs weten zelf niet meer tegen wie en waarom ze vechten. De ene wil een islamitisch landje stichten, de andere wil zijn frustratie uiten, nog een andere wil de machthebbers bestrijden. Onze jongeren worden daar het slachtoffer van. Naar Syrië vertrekken kan nooit een oplossing zijn.

Wat vindt u ervan dat Saudi-Arabië in het Westen zo veel invloed heeft op moslimjongeren?

VAN AEL: Dat is onrustwekkend. Veel islamitische literatuur uit Saudi-Arabië zet aan tot sociaal isolement. Er zijn boeken die voorschrijven dat het verboden is je grootmoeder te condoleren als je grootvader gestorven is, ‘want ze gaat toch naar de hel’. Dat is niet normaal. Er zijn te veel gevaarlijke boeken in omloop. Ik weet het, er bestaat zoiets als persvrijheid, en ik wil absoluut geen brandstapel organiseren, maar er zou toch een soort toezichtsorgaan moeten bestaan dat aangeeft welke boeken aanleiding geven tot sociaal isolement. Zoals er ook een lijst moet komen van boeken die het sociale leven van de moslim hier ter plaatse bevorderen.

Salafisten zijn in de omgang best vriendelijk, maar ze hebben de neiging andersdenkenden te veroordelen. Hoe komt dat?

VAN AEL: Dat komt omdat ze geloven dat zij de geredde groep zijn. Ze denken dat ze de bewakers zijn van het goddelijke paradijs. Alles wat niet overeenstemt met hun denkbeelden moet eruit. Eigenlijk is elk probleem met extremisme te herleiden tot een gebrek aan kennis.

Vindt u dat de ouders daarvoor een verantwoordelijkheid dragen?

VAN AEL: Ik denk niet dat je het de ouders kunt aanwrijven. De meeste moslimouders hebben hun uiterste best gedaan om hun kinderen een goeie opvoeding te geven, maar ze hebben zelf amper diepe kennis van de islam.

Vindt u dat het integratiebeleid faalt?

VAN AEL: Ik denk dat de meeste moslims goed geïntegreerd zijn. Moslims zorgen niet voor problemen door hun moslim-zijn. Hoeveel Vlamingen hebben al meegemaakt dat een moslim hen terechtwijst omdat ze een biertje drinken? Of omdat ze een broodje ham eten? Of omdat ze een kort rokje dragen? Dat gebeurt niet. Ons grootste probleem is dat we er niet in slagen een tegenwicht te geven en op te komen voor onze rechten.

Hoe komt dat?

VAN AEL: Uit laksheid, en door een minderwaardigheidscomplex. Veel moslims hebben het gevoel dat het onbegonnen werk is, omdat ze denken dat niemand hen vertrouwt. Er wordt vaak ontkend dat islamofobie bestaat in onze samenleving, maar moslims voelen dat wél. Veel moslims zijn het beu om geassocieerd te worden met wat een paar zotten in de naam van hun religie doen. Dat zorgt ervoor dat mensen zich meer gaan isoleren.

Is het voor moslims moeilijker om op te groeien in een seculiere samenleving zoals de onze?

VAN AEL: Ik zie niet in waarom dat moeilijk zou zijn. Het hangt ook af van wat je als praktiseren beschouwt. Voor mij is participeren in de maatschappij ook een vorm van je geloof praktiseren. Of je dat nu als gynaecoloog, tandarts of econoom doet: iedereen die participeert, vervult zijn plicht als moslim.

Maar veel moslims vinden dat het ten koste van hun geloof gaat. Ik ken moslims in Molenbeek die zouden stoppen met werken als ze verplicht worden om vrouwen een hand te geven.

VAN AEL: Daar kan ik niet mee akkoord gaan.

Het is toch heel moeilijk om hier als ultraorthodoxe moslim te wonen?

VAN AEL: Waarom? Er zijn toch ook veel orthodoxe Joden die bijvoorbeeld een winkel openen? Waarom zouden orthodoxe moslims dat niet kunnen?

Joden hebben eigen scholen in België. Moslims niet.

VAN AEL: Ik ben niet voor aparte scholen, maar ik denk dat het een normaal gevolg is van beslissingen die genomen worden. Als mensen hun identiteit niet kunnen behouden ondanks het feit dat ze goed meedraaien, dan zullen ze een omgeving opbouwen waar ze dat – binnen een wettelijk kader – wél kunnen. Zoals de islamitische school in Mechelen, die binnenkort de deuren opent.

Gelooft u dat de Vlaamse samenleving de moslimidentiteit ooit volwaardig zal erkennen?

VAN AEL: Ik denk dat dat perfect kan. Maar het gebeurt niet in een vingerknip. Veel moslims hebben het gevoel dat ze hier niet thuis zijn, maar dat houdt geen steek. Ze zijn hier grootgebracht, ze werken hier, ze betalen belastingen, ze spreken de taal. Ze kennen dit land beter dan welk land ook. De moslim heeft een plicht tegenover de plaats waar hij woont. Hij moet er de beste plaats ter wereld van proberen te maken.

Ik heb echt niet de indruk dat de gemiddelde Vlaming niet openstaat voor moslims. Er is wel veel verkeerd gelopen door het hoofddoekenverbod. Toen de moslims daartegen in opstand kwamen, werd gezegd dat ze zich niet willen integreren. Terwijl ze tot op dat moment perfect meedraaiden in de maatschappij! De hoofddoek is pas een probleem geworden toen hij verboden werd. Vrouwen met een hoofddoek gingen naar school of hadden een job, de hoofddoek was geen enkele belemmering om deel te nemen aan de samenleving.

Moeten moslima’s voor u de hoofddoek dragen?

VAN AEL: Er bestaat geen dwang in religie. Er bestaat alleen verantwoordelijkheid, maar die moet iedereen voor zichzelf opnemen. Als prediker kan ik uitleggen dat het een religieuze plicht is om de hoofddoek te dragen, maar het is aan de persoon zelf om te beslissen. Als ik een dochter zou hebben die geen hoofddoek wil dragen, dan zou ik dat niet leuk vinden, maar ik mag haar niet dwingen.

Sommige Belgen zeggen dat de hoofddoek een teken van onderdrukking is.

VAN AEL: Vanaf het moment dat iemand ongedwongen een keuze maakt, kun je toch niet van dwang spreken? Als ik zou willen dat jullie mij elke avond in een ballenbad leggen en dan op mij gaan staan, is dat dan onderdrukking? Ik kies er toch zelf voor? (lacht) Ik begrijp niet dat we over onderdrukking spreken wanneer de hoofddoek voor bijna elke moslima een vrije keuze is.

Je zou kunnen vermoeden dat ze een hoofddoek draagt als gevolg van sociale druk.

VAN AEL: Dat is té makkelijk. Als het sociale druk zou zijn, verklaart dat niet waarom zo veel moslimvrouwen geen hoofddoek dragen. Ik hoop dat de overheid snel inziet dat repressief optreden tegen een grote meerderheid ter wille van een minderheid contraproductief werkt. En wat mij stoort, is dat veel mensen die er een probleem van maken er nog nooit met een vrouw over gepraat hebben. Persoonlijk vind ik de pornoficatie van de vrouw en de man in onze maatschappij een échte vorm van onderdrukking. Ik vind het schokkend dat het vrouwelijk lichaam uitgebuit wordt om bepaalde producten te verkopen. De banalisering van seksualiteit is een zorgwekkende evolutie.

Hoe bedoelt u?

VAN AEL: We worden vandaag voortdurend blootgesteld aan pornografisch materiaal. Vaak weten jongeren wat seks is voordat ze weten wat liefde betekent. Dat is schadelijk, omdat seksualiteit in wezen een gevolg is van vertrouwen en liefde.

Moet seks dan weer in de taboesfeer?

VAN AEL: Nee, met seks op zich is niets mis. Ik vind dat partners zonder complexen met elkaar moeten praten over wat hen opwindt, wat ze leuk vinden om te doen, hoe ze samen hun climax beleven. Maar seks mag geen cafépraat worden die je met Jan en alleman deelt.

Hoe ziet u de toekomst van de moslimgemeenschap?

VAN AEL: Ik denk dat we op een scharniermoment zijn gekomen. Ofwel draaien we elkaar de rug toe, ofwel kijken we elkaar in de ogen en geven we elkaar het voordeel van de twijfel. Het is jammer dat een minderheid van extremisten die polarisatie in de hand werkt.

Vindt u dat de moslimgemeenschap bijdraagt tot de polarisatie?

VAN AEL: Ja, door vooroordelen te hebben ten aanzien van andere moslims én niet-moslims. Door te denken dat wij te snel afgeschreven worden louter om het feit dat wij moslims zijn. Veel Belgische moslims hebben te weinig ambitie. Er is te weinig sociaal engagement. Ja, wij worden onderworpen aan pestmaatregelen zoals het hoofddoekenverbod, maar dat hebben we ook aan onszelf te danken, omdat we geen theologische raad hebben die ons vertegenwoordigt, en omdat we meerdere stemmen hebben en onze stem niet genoeg laten horen.

Maar ik geloof niet dat alles slechter wordt. Ik zie de situatie verbeteren, ondanks de bedreigingen die ik heb gekregen.

Is het niet jammer dat u zich door bedreigingen laat intimideren?

VAN AEL: Ik ben al vaak bedreigd geweest. Ik heb me nooit laten tegenhouden door mensen die zich niet in mijn uitspraken konden vinden. Maar deze keer waren de bedreigingen tegen mijn familie gericht. Dan ben ik liever voorzichtig. Ik ben bang, ja. Medestanders zeggen me dat ik naar het voorbeeld van de profeet op Allah moet vertrouwen, die ook bedreigd werd. Alleen had de profeet metgezellen die hem beschermden, en die heb ik niet. Iedereen in mijn situatie heeft het recht om aan de handrem te trekken.

17-06-2015-Knack-p36--Veel-Belgische-moslims-hebben-te-weinig-ambitie--all-page-004 17-06-2015-Knack-p36--Veel-Belgische-moslims-hebben-te-weinig-ambitie--all-page-003 17-06-2015-Knack-p36--Veel-Belgische-moslims-hebben-te-weinig-ambitie--all-page-002 17-06-2015-Knack-p36--Veel-Belgische-moslims-hebben-te-weinig-ambitie--all-page-001

(Knack, Wo. 17 Jun. 2015, Pagina 36)

Advertenties